Leopold heeft een blaar op zijn voet. Misschien kunnen ze die doorprikken in het ziekenhuis van het kamp, het Role 2, waar we vandaag rondgeleid worden. Als we wachten bij het O&O (‘Opname&Ontslag’, maar buiten het Role ‘Ontspanning&Ontwikkeling’), zien we in een zijkamer een oude Afghaan zitten met twee halve voeten. Zijn tenen zijn er ooit afgevroren, horen we van Peter, die zich voorstelt als de SNO van het Role, de Senior Nursing Officer. Zeg maar de hoofdzuster. De Afghaan komt hier al een tijdje. Peter noemt hem een frequent flyer. Leopold begint maar even niet over zijn blaar.
In rap tempo leidt Peter ons door het Role. Ook hier is alles opgebouwd uit dezelfde gepantserde containers als in het hele kamp, met daartussen een gang van een meter of twintig. De eerste vijf meter is een soort dokterspost, het Role 1, daarna begint het Role 2, de dansvloer zoals Peter het noemt. Voor het Role 3 moet je naar Kandahar. Maar het is verbazingwekkend wat ze allemaal in dit ziekenhuis kunnen doen.
De tandarts is alleen voor militairen. Afghanen met acute pijnklachten kunnen ook komen. We herinneren ons de gebitten van de kuchi’s, die vaak uit een paar bruine stompjes bestaan en we kunnen ons er iets bij voorstellen. Wanneer Geert denkt aan zijn kinderen die allebei drie beugels in hebben en maandelijkse orthodontie genieten, komt er een Afghaanse man langs met in zijn armen een jongen van een jaar of tien met een gebroken been. De jongen geeft geen kik.
Wanneer we voorgesteld worden aan de röntgenboer -Peters woorden- zien we de foto hangen die net gemaakt is en vragen we naar de aard van de breuk. Het onderbeen is gebroken, maar ook gebogen. Ze weten niet hoe het gebeurd is. Er moet iets zwaars tegen aangekomen zijn. Een auto, of iemand zijn voet. Je weet het hier maar nooit. Wanneer we bij de volgende container komen, beginnen we er wat meer van te begrijpen.
Twee oudere verpleegkundigen, Jan en Martine, runnen deze afdeling, waar veel kinderen komen. Ze zijn er niet in gespecialiseerd. Ook niet in brandwonden. Maar vaak hebben ze te maken met zwaar verbrande kinderen. Er wordt in Uruzgan veel met open vuur gewerkt en thee is de nationale drank.
Dit brengt ons erop aan te vullen wat we gisteren over Psyops schreven. Onze PIO leest namelijk eerst ons log, want zo gaat dat als je zoals wij embedded bent. Ze vertelde dat er ook flyers uitgestrooid worden, waarin mensen middels tekeningen gewaarschuwd worden voorzichtig te zijn met vuur. Psyops is dus ook een soort vliegende Postbus 51.
Terug naar het ziekenhuis. We vragen Jan en Martine wat ze verder zoal tegenkomen. Veel gebroken bovenbenen bij kinderen, vertellen ze. Die krijgen ze in Nederland bijna nooit te zien. Hoe kan dat dan, vragen we? Ze halen hun schouders op. Peter zegt dat hij het Afghaanse meldpunt voor kindermishandeling nog niet tegen is gekomen.
Veel kinderen komen binnen met een overdosis poppy. U weet dat de papaver hier welig tiert en de Afghanen doen er van alles mee. Bijvoorbeeld thee zetten. Kortgeleden was er een meisje binnen gekomen die zich in een kopje verslikt had, waardoor de poppy in haar longen was gekomen. Ze had er acht dagen gelegen. Een ander meisje van anderhalf jaar oud was verzeild geraakt in een opslagplaats en had poppypasta binnen gekregen. Ze zag eruit zoals ik er uit zie na een week stappen, zegt Jan.
Zijn alle Afghanen eigenlijk verslaafd, vragen we? In onze ogen feitelijk wel, beaamt Martine, ik moet kinderen ook ongekend hoge doses pijnstillers geven, omdat ze immuun zijn. Peter vertelt dat ze op de kinderafdeling een smurfenposter hebben hangen en dat de Afghaanse kinderen heel anders naar de blauw uitgeslagen mannetjes kijken dan wij. Wanneer het tot ons doordringt, moeten we vreselijk lachen. Het is even grappig als pijnlijk. Alleen zo kan ik het hier volhouden, zegt Peter. Als je dit werk hier normaal gaat vinden, dan is er iets mis met je.
Knuffels bijvoorbeeld, die kennen ze niet. Dus moet je voordoen wat dat is, anders denkt zo’n kind dat er een dooie beer in zijn bed gegooid wordt. Het brengt Jan op het volgende verhaal. Er kwam een jongetje binnen, die had gespeeld met een Russische handgranaat. Die was ontploft en zijn hele arm lag open. De botten staken eruit. Tijdens de hele behandeling gaf het jongetje geen kik. Het was ongelofelijk. Toen Jan klaar was, gaf hij hem een teddybeer. Het jongetje drukte de knuffel aarzelend tegen zich aan. Toen pas kwamen de eerste tranen.
Meteen kreeg hij een keiharde oplawaai van zijn vader. Jan vertelt dat hij de man wel aan kon vliegen. We kijken elkaar aan en zien onze monden vertrekken. We hebben ook kinderen. We aarzelen het volgende verhaal te vertellen, maar doen het toch. We zijn hier om erachter te komen wat de mensen hier in het kamp meemaken en hoe ze daar mee omgaan. Dus. Sla maar een alinea over als u het niet wilt lezen.
In een nabij dorp, misschien wel Tarin Kowt, werd in een ijzerhandel geprobeerd metaal af te slopen van een oude Russische mijn. Er stonden een hoop kinderen naar te kijken toen het ding ontplofte. Peter vertelt dat hij een melding van de poort kreeg waarbij ze zeiden dat er een vrachtwagen met gewonde kinderen was aangekomen. De voeten lagen er los bij. Nou krijgt Peter vaker onnauwkeurige meldingen, maar dit keer klopte het. Één jongetje werd binnengebracht zonder armen of benen. Zijn hersens puilden uit zijn schedel en hij had ook geen gezicht meer. Het enige wat hij nog kon was roepen. Om Allah.
We halen diep adem en lopen door. Peter vertelt dat ze minder Afghanen langs krijgen dan vorig jaar. Dat is het succes van het Afghaanse hospitaal in Tarin Kowt. Ook komen er meer vrouwen zonder man langs. Nu al tien tegen vorig jaar deze tijd één. Maar volgens Peter is het toch een soort toplaag die bij hun komt. De hardcore moslim zien ze er niet. Hij vertelt over een man die een vrouw in Pakistan gekocht had voor 20.000 euro. De gemiddelde vrouw doet op dit moment 5000 euro, dus we begrijpen dat de man er wel iets aan gelegen was om deze beter te krijgen.
We hebben het nog even over een vrouw die net binnen kwam met een kogelgat in haar pols. De kogel was er in haar bovenarm uitgekomen. Ze had verteld dat ze een geladen geweer onder haar bed vandaan had gehaald, dat afgegaan was. Een ballistische onmogelijke opgave, leek Peter. Later had ze verteld dat ze de trekker met haar teen had overgehaald.
Wat is waar en wat niet? Zelfs in dit ziekenhuis zijn er meer vragen dan antwoorden. Peter laat ons nog zien hoe de intensive care werkt. Hij heeft vier bedden. Pas als er meer gewonden zijn, heeft hij een probleem. Dan moet hij bepalen wie de hoogste prio heeft. Hij laat ons zien hoe het bestek van de chirurg hier in de woestijn gesteriliseerd wordt. Voor hij de ruimte open doet, vraagt hij of de muziek op nucleair staat.
We komen bij de diepvries met bloedzakjes: op 81 graden onder nul worden tweehonderd zakjes O positief koel gehouden. Valt de stroom uit, dan is er een noodaggregaat. Valt die uit, dan wordt er vloeibare zuurstof ingepompt en blijven ze 48 uur goed. Een driedubbele borg, zegt Peter tevreden, terwijl hij het deksel dicht klapt.
We staan bij twee cellen: mort 1 en mort 2. Het eindpunt van onze rondleiding. We nemen een kijkje in de kille container. Er ligt natuurlijk niets in; alleen een zak medisch afval. Hij vertelt dat de twee militairen die de mort beheren, ook islamitisch kunnen afleggen. In een witte doek met de tenen aan elkaar vastgebonden. Dan wordt het lijk opgehaald door een auto en in de kofferbak gelegd. Zwijgend lopen we terug naar ons chalet. Geert neuriet zachtjes de tune van Mash: ‘Suicide is painless’. Leopold heeft het niet meer over zijn blaar gehad.